Hoe is het zover kunnen komen?

BLOGBERICHTEN_0000
0 Replies

De vakantie is het moment bij uitstek om er eventjes tussenuit te gaan. Daarom neem ik je met deze blog mee op reis, een reis doorheen de geschiedenis. Al ben ik op zich niet zo’n geschiedenisguru, wat ik las in Simon Sinek’s boek „Leaders eat last” was zo frappant dat ik het graag met je wil delen. Ga je mee?

Jaren ’20: de roerige jaren twintig Het begon allemaal in de prille jaren twintig. De tijden waren toen heel goed: iedereen verdiende goed zijn brood en gaf ook voldoende uit. Voor het eerst werd toen van een consumptiemaatschappij gesproken. In die periode werd heel wat uitgevonden die de levenskwaliteit kon verbeteren: van elektrische koelkasten, telefoons en auto’s tot zelfs de opkomst van commerciële radiozenders. Dankzij al deze nieuwe technologieën ontstonden er ook nieuwe industrieën (zo creëerde de opkomst van de wagens bijvoorbeeld een nood aan tankstations). Het resultaat was een ongekende groei.

Jaren ’30: de Grote Depressie Dinsdag, 29 oktober 1929 (‘Zwarte Dinsdag’). De beurscrash op Wall Street maakte een abrupt einde aan de goede tijden van weleer. Daar waar het niet ongewoon is dat de aandelenmarkt soms bijgestuurd wordt, daalden de aandelenkoersen zo plots dat beleggers massaal hun aandelen verkochten. Het onevenwicht werd zo groot dat die dag de „Grote Depressie” ingeluid werd; met 90% verlies op de aandelenmarkt waardoor bijna een kwart van Amerika plots werkloos was. Zij die geboren werden in de jaren ’20, waren nog te jong om echt van de jaren ’20 te genieten. Zij groeiden op in een tijdperk waar men met elkaar leerde samenwerken en elkaar hielp om de eindjes aan elkaar te knopen. Verspilling en overvloed waren toen geen optie meer.

Jaren ’40: de oorlogsjaren De Depressie duurde tot begin 1942. Deze generatie, die opgroeide in een zeer slechte economische tijd werd toen ook geconfronteerd met een barre oorlogstijd. Deze generatie had al zoveel opgeofferd dat ze na de oorlog terug wilden naar wat ze hadden verloren. En zo gingen ze ook na de oorlog terug aan het werk.

Jaren ’50: de wederopbouw Het belang van hard werken, de noodzaak om samen te werken en de kracht van loyaliteit waren in de jaren ’50 kenmerkend voor de werkethiek. Je werkte toen je hele leven voor hetzelfde bedrijf. Aan het einde van de lange carrière werd een medewerker beloond met de spreekwoordelijke gouden horloge, het ultieme symbool van dankbaarheid voor een leven in dienst van het bedrijf. En dat werkte… voor een tijdje. Want er stond een nieuwe generatie voor de deur. De generatie van de Baby Boomers. Na de Tweede Wereldoorlog werd er massaal getrouwd, met een enorme geboortegolf tot gevolg. Deze Baby Boomers groeiden op in een tijdperk van toenemende weelde en rijkdom. Dit in tegenstelling tot hun ouders die het een pak slechter te verduren kregen.

Jaren ’60: de protestjaren De eerste groep van Baby Boomers werd tiener in de jaren ’60. En zoals het een tiener betaamt, rebelleerden ze zich tegen de druk van hun ouders om hard te werken en zich ten dienste te stellen van een bedrijf, hun hele leve lang. Individualisme, vrije liefde en narcisme waren hun idee van een goed leven. Toen de Baby Boomers nog jong waren, gingen ze volop ten strijde voor hun burgerrechten. Zo hebben ze er o.a. voor gezorgd dat vrouwen beter betaald werden. Ze weigerden ook het onrecht van racisme en ongelijkheid blindelings te aanvaarden. Zaken die tot dan schering en inslag waren. Ze waren op weg om de 2e beste generatie te worden, tenminste als ze dit pad verder hadden bewandeld…

Jaren ’70: de ik-jaren Naarmate de Baby Boomers ouder werden, veranderde ook hun koers. En dat is wanneer de problemen van ons modern tijdperk zijn ontstaan. De volwassen wordende „Boomers” begonnen op een andere manier te handelen, op een meer egoïstische manier. Ze leken meer begaan met hun eigen geluk en welzijn dan het geluk en welzijn van degenen rondom hen. Deze ik-generatie studeerde af in de jaren ’70 en bracht zo het egocentrische mee in de bedrijven. Er waren echter opmerkelijk minder mensen van de vorige generatie nog aan het werk om de idealen van de “Boomers” in evenwicht te brengen.

Jaren ’80: de wegwerpcultuur De jaren ’80 staan gekend voor de opkomst van de personal computer. Zelfs de nieuwe technologieën ondersteunden het toenemende individualisme. Men begon ook meer en meer te accepteren dat producten een korte levensduur hebben. Zo dateert de opkomst van de wegwerpcamera en wegwerplenzen van deze periode. Maar helaas was er nog iets wat men begon weg te werpen: medewerkers

Getuige hiervan dit opmerkelijke verhaal: We gaan terug naar 5 augustus 1981. Op deze dag heeft president Ronald Reagan maar liefst meer dan 11.000 luchtverkeersleiders ontslaan. De aanleiding was een staking van de leden van de vakbond van de luchtverkeersleiders – op 3 augustus – één van de drukste vliegperiodes van het jaar. Zij vroegen toen meer loon en een kortere werkweek. Gezien duizenden vluchten geannuleerd dreigden te worden door de staking, werd de president persoonlijk betrokken. Dankzij enkele noodoplossingen, zoals het inschakelen van de militaire luchtverkeersleiders, werd het effect van de staking beperkt gehouden. Maar president Reagan heeft toen alsnog 11.359 luchtverkeersleiders ontslaan. Dit betrof bijna elke luchtverkeersleider die toen voor de Federal Aviation Administration (FAA) werkte. Hij ging bovendien nog een stapje verder door de getroffen luchtverkeersleiders te bannen uit de FAA. Hierdoor konden ze voor de rest van hun leven nooit meer werken voor de FAA. Gezien luchtverkeersleiders heel specifieke competenties hebben die moeilijk overgedragen kunnen worden op andere industrieën, zijn velen van hen in de armoede beland…

De gevolgen van dit voorval reiken ver. De president gaf met het ontslag van alle luchtverkeersleiders als het ware zijn zegen voor massale ontslagen. Diverse CEOs volgden dan ook zijn voorbeeld en gingen massaal ontslaan. Dit betekende een hele ommezwaai, want tot dan werden mensen eerder als laatste toevlucht ontslaan.

Er brak een tijdperk aan waar iedereen ontslagen kon worden, simpelweg om de boekhoudkundige resultaten in evenwicht te brengen. Hoe hard iemand ook werkte, hoeveel men opofferde of bijdroeg aan de organisatie, vertaalde zich niet meer in jobstabiliteit. Neen, carrières stopten om de cijfers te doen kloppen. Het geld beschermen verving het beschermen van de mensen. Hoe kan iemand zich ooit nog veilig voelen in dergelijke werkomstandigheden? Hoe kunnen we ons ooit betrokken voelen bij onze job, als de leiders van onze organisaties zich niet betrokken voelen bij ons?

Laat dit een warme oproep zijn om het tij weer te keren. Want ook op de dag van vandaag primeren cijfers nog steeds boven medewerkers in de meeste bedrijven. Nochtans rendeert het om je medewerkers te laten primeren (zie vorige blog). Dus waar wacht je nog op?

Voor begeleiding kan je alvast bij ons terecht! Contacteer ons hier.

Posted by Greet Maeyaert

Verhoog de betrokkenheid van je medewerkers!LEGO: voorbeeld van een wendbare organisatie

Share Your Thoughts

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *